1. Uw grondsoort opzoeken op adres
De snelste manier. Vul uw adres in bij de bodemcheck en u ziet welke grond er onder uw tuin ligt. De gegevens komen uit de bodemkaart van de Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV). Het is gratis, zonder account, en u ziet er meteen bij welke planten op die grond passen.
De bodemcheck werkt voor adressen in Vlaanderen. De kaart toont de grond die er van nature ligt. In een nieuwe verkaveling is de grond vaak vergraven of aangevoerd. Daarom is de handtest hieronder een goede controle.
2. Zelf testen: de kneedproef
Voor de kneedproef hebt u alleen een schepje nodig. U voelt met uw vingers hoeveel zand en hoeveel klei er in de grond zit.
- Neem een handvol aarde van 10 tot 20 cm diep, niet van het oppervlak. Haal steentjes en wortels eruit.
- Maak de aarde vochtig als ze droog is, tot ze kneedbaar is en niet aan uw hand blijft plakken.
- Rol er een rolletje van zo dik als een potlood en probeer het tot een ring te buigen.
| Wat er gebeurt | Hoe het voelt | Uw grond is |
|---|---|---|
| Er komt geen rolletje: de aarde valt uit elkaar | Korrelig, schuurt tussen de vingers | Zand |
| Het rolletje lukt, maar breekt bij het buigen | Zacht en melig, als bloem | Leem of löss |
| Het rolletje lukt, scheurt bij het buigen | Iets korrelig en iets plakkerig | Zandleem |
| Het rolletje buigt tot een ring zonder te breken | Plakkerig, glanst als u erover wrijft | Klei |
| Niet te rollen: de aarde veert terug | Vezelig, donker, als een natte spons | Veen |
3. De proef met een glazen pot
Wilt u de verhouding zien, doe dan de bezinkproef. Vul een glazen pot voor een derde met aarde, vul aan met water, schud een minuut en zet de pot weg.
- Na een minuut ligt het zand op de bodem.
- Na een paar uur ligt daar een laag fijner materiaal op: leem.
- Na een tot twee dagen is ook de klei gezakt. Blijft het water lang troebel, dan zit er veel klei in.
- Wat blijft drijven is plantaardig materiaal: humus.
De dikste laag bepaalt de grondsoort. Zijn de lagen ongeveer even dik, dan hebt u een mengsel, en dat is voor een tuin gunstig.
Wat voor grondsoorten zijn er?
Vlaanderen ligt grofweg in banen van noord naar zuid: zand in de Kempen, zandleem in het midden, leem in het zuiden en klei in de Polders.
| Grondsoort | Zo herkent u hem | Eigenschappen | Waar |
|---|---|---|---|
| Zandgrond | Korrelig, valt uit elkaar, licht van kleur | Droogt snel uit, weinig voeding, makkelijk te bewerken | De Kempen, het noorden van Limburg en Antwerpen, de Vlaamse Zandstreek |
| Zandleem | Voelt zacht met een fijne korrel, rolletje breekt snel | Houdt water beter vast dan zand, vruchtbaar en goed te bewerken | De Zandleemstreek: het midden van Oost- en West-Vlaanderen en het noorden van Vlaams-Brabant |
| Leemgrond | Zacht en melig als bloem, rolletje breekt bij het buigen | Vruchtbaar, houdt vocht vast, slaat dicht na zware regen | Haspengouw, het Pajottenland en het zuiden van Vlaams-Brabant |
| Kleigrond | Plakkerig, rolletje buigt tot een ring, glanst als u erover wrijft | Rijk aan voeding, nat in de winter, hard en gescheurd in de zomer | De Polders langs de kust en langs de Schelde |
| Veengrond | Donker tot zwart, vezelig, veert als een spons | Zuur en nat, klinkt in bij droogte | Komt in Vlaanderen weinig voor: plaatselijk in valleien en in de Kempen |
Klik op een grondsoort voor de planten die erop passen en wat u eraan kunt verbeteren.
Hoe herkent u zure grond?
Zuur of kalkrijk ziet u niet aan de kneedproef. Zeker weet u het met een pH-test uit het tuincentrum: onder 6,5 is de grond zuur, tussen 6,5 en 7,5 neutraal, daarboven kalkrijk. De meeste tuinplanten groeien het best tussen 6 en 7.
- Aanwijzingen voor zure grond: veel mos in het gazon, en rododendron, heide en varens die het vanzelf goed doen.
- Aanwijzing voor kalkrijke grond: giet een scheutje azijn op een droge kluit. Bruist het, dan zit er kalk in.
- Vuistregel: zand en veen zijn meestal zuur, klei is meestal kalkrijk.
Wat betekent uw grondsoort voor uw planten?
De grond bepaalt welke planten het zonder extra werk goed doen. Dat scheelt geld en teleurstelling: een plant op de verkeerde grond kwijnt, hoe goed u hem ook verzorgt.
- Op zand passen planten die tegen droogte kunnen, zoals struisriet, blauwgras en hemelsleutel. Zie planten voor zandgrond.
- Op klei passen planten die van voedzame, vochtige grond houden, zoals smele en zonnehoed. Zie planten voor kleigrond.
- Op leem groeit bijna alles. Zie planten voor leemgrond.
- Voor een haag of boom telt de grond net zo zwaar: zie welke haag bij uw grond past en welke boom.
Wilt u het voor uw hele border uitgewerkt hebben, dan leest u in een beplantingsplan maken hoe u van grond en zon naar een plantenlijst komt.
Veelgestelde vragen over uw grondsoort
Hoe kan ik zelf mijn grond testen?
Met de kneedproef. Neem een handvol vochtige aarde van 10 tot 20 cm diep en probeer er een rolletje van te maken zo dik als een potlood. Valt het uit elkaar, dan is het zand. Lukt het rolletje maar breekt het bij het buigen, dan is het leem of een mengsel. Buigt het tot een ring zonder te breken, dan is het klei. Met een glazen pot met water ziet u daarna de verhouding tussen zand en klei.
Wat voor grondsoorten zijn er?
In vlaanderen komen deze grondsoorten voor: zandgrond, zandleem, leemgrond, kleigrond en veengrond. Vlaanderen ligt grofweg in banen van noord naar zuid: zand in de Kempen, zandleem in het midden, leem in het zuiden en klei in de Polders.
Hoe herkent u zure grond?
Zeker weet u het alleen met een pH-test uit het tuincentrum: een waarde onder 6,5 is zuur. Aanwijzingen zijn veel mos in het gazon en planten als rododendron, heide en varens die het vanzelf goed doen. Zand en veen zijn meestal zuur, klei is meestal kalkrijk.
Kan ik mijn grondsoort opzoeken op postcode?
Ja, maar op adres is nauwkeuriger. Binnen één postcode kunnen verschillende gronden liggen, zeker op de grens van zand en klei. Vul in de bodemcheck uw adres in: die zoekt de grond op in de bodemkaart van de Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV). De bodemcheck werkt voor adressen in Vlaanderen.
Klopt de bodemkaart voor mijn tuin?
De bodemkaart toont de grond die er van nature ligt, tot ruim een meter diep. In een nieuwe verkaveling is de grond vaak vergraven of aangevoerd. Dan ligt er bovenop iets anders dan de kaart zegt. Doe daarom ook de kneedproef: de kaart vertelt wat er onder zit, uw hand wat er bovenop ligt.
Wat is zandleem?
Zandleem is een mengsel van zand en leem. Het voelt zacht met een fijne korrel, houdt water beter vast dan zand en is makkelijker te bewerken dan klei. Het is een van de beste gronden voor een tuin: bijna alle tuinplanten groeien erop.
Op wat voor grond staat mijn huis?
Voor de tuin is dat dezelfde grond als in de bodemkaart, tenzij er grond is opgebracht. De bodemcheck is bedoeld voor beplanting. Wilt u weten of de grond vervuild is of wat de ondergrond betekent voor de fundering, dan hebt u andere gegevens nodig: daarvoor kunt u bij de gemeente terecht.
Welke planten passen bij mijn grond?
Dat hangt af van de grondsoort en van de zon. Op zand doen planten het goed die tegen droogte kunnen, op klei planten die van voedzame, vochtige grond houden. De bodemcheck laat voor uw adres zien welke planten passen; per grondsoort staat het uitgewerkt op de pagina over die grond.
Begin bij uw bodem
Vul uw adres in en zie binnen een minuut welke grond er onder uw tuin ligt en welke planten daarop passen.